Er zijn mensen die op papier weinig redenen hebben om ontevreden te zijn. Ze hebben een goede job, een degelijk inkomen, zekerheid, misschien een mooie bedrijfswagen, verantwoordelijkheid en aanzien. Voor hun omgeving lijkt er weinig reden om iets te veranderen.
En toch knaagt er iets.
Soms al maanden. Soms jarenlang.
Ze willen meer verantwoordelijkheid opnemen, leidinggeven, ondernemen, een andere richting inslaan of eindelijk werk maken van een idee dat al veel te lang in hun hoofd zit. Ze voelen dat er meer mogelijk is dan wat ze vandaag doen, maar spreken dat zelden voluit uit. Want vanaf het moment dat ambitie woorden krijgt, wordt ze zichtbaar. En wat zichtbaar wordt, kan ook beoordeeld worden.
“Waarom zou je dat risico nemen?”
“Je hebt het toch goed?”
“Denk je echt dat je dat kunt?”
Of misschien nog moeilijker: er wordt helemaal niets gezegd, maar je voelt het scepticisme wel.
De gouden kooi is comfortabel. Tot je merkt dat het nog altijd een kooi is.
In mijn werk ontmoet ik geregeld mensen die ik verdekt ambitieus zou noemen. Niet omdat ze hun ambitie bewust verborgen willen houden, maar omdat ze geleerd hebben er voorzichtig mee om te springen.
Ze vertellen schoorvoetend wat ze eigenlijk zouden willen. Soms willen ze eerst promotie maken of meer verantwoordelijkheid opnemen binnen hun organisatie. Een ander denkt aan zelfstandig ondernemerschap. Nog iemand anders wil een totaal andere professionele richting uit, maar kan nog niet benoemen hoe die eruit moet zien.
Wat hen verbindt, is niet noodzakelijk ontevredenheid.
Het is het gevoel dat hun huidige situatie niet langer overeenkomt met wat er in hen leeft.
Dat kan behoorlijk eenzaam zijn wanneer je weinig believers in je omgeving tegenkomt. Mensen blijven dan soms jarenlang functioneren in een job waarin steeds minder energie zit. Ze zoeken hun doelen elders en gooien zich bijvoorbeeld vol overgave op sport, trainingen, prestaties, reizen of andere uitdagingen. Daar vinden ze opnieuw focus, discipline en het gevoel ergens naartoe te werken.
Daar is op zich niets mis mee.
Maar soms compenseert die uitdaging vooral iets wat professioneel ontbreekt. En dan blijft dat stemmetje terugkomen.
Is dit het nu?
Iets willen betekent bijna altijd ook iets durven opgeven
Ambitie romantiseren heeft weinig zin.
Wie werkelijk iets anders wil, zal meestal ook iets moeten loslaten. Zekerheid bijvoorbeeld. Comfort. Status. Inkomen. Tijd. De goedkeuring van anderen. Misschien zelfs een identiteit die jarenlang rond een bepaalde functie of omgeving is opgebouwd.
Daarom vind ik het te gemakkelijk om tegen iemand te zeggen: “Je moet gewoon je droom volgen.”
Nee.
Een droom mag dromen blijven. Ambitie wordt pas interessant wanneer iemand bereid is ze te onderzoeken en uiteindelijk te vertalen naar keuzes, consequenties en een plan.
Ik wil daarom niet alleen weten wat iemand wil.
Ik wil weten waarom.
Waar komt dat verlangen vandaan? Wat maakt dat het blijft terugkomen? Welke talenten worden vandaag onvoldoende aangesproken? Wat moet er veranderen? Wat ben je bereid daarvoor te doen? Maar ook: wat ben je bereid ervoor op te geven?
En misschien de moeilijkste vraag:
Wil jij dit werkelijk zelf?
Want niet iedere ambitie is gezond. Soms proberen mensen nog altijd verwachtingen van ouders, partners, collega’s of de maatschappij waar te maken. Soms willen ze vooral bewijzen dat anderen ongelijk hadden. Soms ligt achter prestatiedrang een oude behoefte aan erkenning.
Daarom begint gezonde ambitie voor mij bij zelfkennis.
Ambitie is iets anders dan arrogantie
Ik vind het merkwaardig hoe gemakkelijk uitgesproken ambitie soms als arrogantie wordt geïnterpreteerd.
Iemand die zegt dat hij leidinggevende wil worden, vindt zichzelf daarom niet beter dan zijn collega’s. Iemand die een onderneming wil beginnen, kijkt daarom niet neer op werknemers. En iemand die zegt binnen vijf jaar ergens anders te willen staan, beweert niet dat zijn huidige positie beneden zijn niveau is.
Gezonde ambitie gaat niet over jezelf boven anderen plaatsen. Ze gaat over jezelf niet langer kleiner maken dan nodig.
Arrogantie onderschat anderen.
Ambitie onderzoekt jezelf.
Blinde ambitie kan zeker omslaan in bewijsdrang, ego of een obsessie met status en succes. Maar gezonde ambitie geeft richting. Ze kan energie losmaken, mensen laten groeien en ervoor zorgen dat talent niet jarenlang ongebruikt blijft.
En dat geldt niet alleen voor degene die ambitie heeft.
Het zegt ook iets over leiderschap.
Een sterke leidinggevende hoeft niet bang te zijn voor ambitieuze medewerkers. Hij of zij durft talent ruimte te geven, mensen uit te dagen en te accepteren dat iemand misschien ooit verder groeit dan de functie waarin die vandaag zit.
Mensen klein houden uit angst hen te verliezen, is zelden een duurzame manier van leidinggeven.
Van een droom naar een plan
In begeleiding probeer ik daarom niet iemand naar de mond te praten of te overtuigen dat alles mogelijk is.
Ik luister. Ik stel vragen. Ik houd een spiegel voor. Ik probeer ontvankelijk te zijn voor iemands dromen, talenten en ideeën, maar durf er evengoed tegenin te gaan.
Want soms moet je juist doorvragen waar iemand zelf liever stopt.
Wat als het mislukt?
Wat kost het?
Welke kennis ontbreekt nog?
Wat betekent dit financieel?
Welke tussenstappen zijn mogelijk?
Wat ga je morgen anders doen als je dit werkelijk wilt?
Door ook obstakels, risico’s en vereisten op tafel te leggen, gebeurt er iets interessants. Een oppervlakkige droom verliest vaak snel haar aantrekkingskracht. Maar echte ambitie wordt er meestal scherper van.
Het vuur dooft óf het begint harder te branden.
En precies daar kan beweging ontstaan.
Niet noodzakelijk door morgen ontslag te nemen, onmiddellijk een onderneming te starten of bij je leidinggevende een promotie te eisen. Soms is de eerste stap veel kleiner.
De ambitie eindelijk hardop durven uitspreken kan al een begin zijn.
Welke plaats geef jij aan ambitie?
Misschien heb je zelf een idee dat je al te lang relativeert omdat je bang bent voor het oordeel van anderen.
Misschien ben jij juist de leidinggevende, partner, collega of vriend aan wie iemand ooit voorzichtig vertelde wat hij of zij werkelijk wilde.
Hoe reageerde jij toen?
Heb je geholpen om het idee te onderzoeken, of heb je vooral redenen gegeven waarom het niet zou lukken?
En als je even alle verwachtingen, zekerheid en meningen van anderen opzij zou kunnen zetten:
Wat wil jij eigenlijk echt?
Ik begeleid en ondersteun, individueel of in teamverband, leidinggevenden, ondernemende mensen en talenten in leiderschap, teamontwikkeling en persoonlijk potentieel. Ook vanuit eigen opleidingen en trainingen rond hands-on people leadership en persoonlijke groei.
Mensen zijn het grootste kapitaal van een organisatie. Duurzame groei begint daarom bij de mens achter het talent. We zijn geen twee mensen in één persoon.